Columns - Verhalen - Zondagstukken - Recensies

The Times they are changing: Song for Empathy

The Times they are Changing: Song for Empathy

 

Madhat keek me met zijn priemende ogen aan, schoof zijn stoel naar voren, sprak zacht en zei: ‘Ik ben jou en je land intens dankbaar dat jullie mij onderdak verschaffen.’

Ik zei: ‘Dat heeft een moslim nog nooit recht in mijn gezicht gezegd.’

We zaten in de kantine van het geïmproviseerde opvangcentrum aan de Marnixstraat in Amsterdam. Overal plastic bekertjes, mensen in trainingspakken, afgedankte merken - Ellesse, Fila, Adidas - rondrennende kinderen. Op het eerste oog best gezellig, maar onderhuids voel je de spanning: hoe lang nog, waarheen, wanneer? 

Madhat zei: ‘Het zijn de christenen die ons zullen opvangen. Eerst zorg ik voor mijn buren, of hij nu christen is of jood of iets anders; ik ben geen goede moslim als niet voor mijn buren zorg.’ Dat waren zijn eerste woorden.

Het afgelopen jaar had ik een studie gedaan naar empathie. Niet in de laatste plaats om te onderzoeken hoe empathisch ik zelf was. Ik leerde dat wij een empathisch brein hebben. Het is plastisch: 98 % van ons heeft het in zich om dat brein te vergroten. Hoe? Door verhalen te vertellen, door elkaar in de ogen te kijken (zoals Madhat deed), door vragen te stellen, door nieuwsgierig te zijn, door de kunst van het gesprek in ere te herstellen - door muziek! Nadat ik een jaar schrijvend en lerend achter mijn computer had doorgebracht vond ik dat ik de daad bij ’t woord moest voegen. Dat lukte mede door vrienden die hadden meegelezen en betrokken raakten. Eén van hen, Otto, maakte een songtekst. Ik vulde aan. Samen perfectioneerden we de tekst en zo ontstond het ‘pamflet’: Song for Empathy.

 

Vrijwilligster Jeanine La de Vante reageerde vervolgens al na enkele minuten op mijn facebookoproep. Toen zij mij daags erna aan de Syrische muzikanten voorstelde (op een kamertje van drie bij vijf ,waar ze met z’n zessen wonen) gaven ze spontaan een concert. Ik werd overdonderd. In de lange Oriëntaalse buigingen van hun zang zag ik een uitgestrekt en glooiend landschap dat me betoverde. Madhat, Wasim, Zina en Maher - professionals in hun eigen land - zongen van dat land. Het land dat ze in puin achter moeten hadden laten, terwijl ze op elkaar geplakt in een rubberbootje zaten en daarna honderden kilometers hadden moeten lopen. ‘A path of dead’, noemde Madhat het, een exodus als bij Mozes - die net als Jezus en Maria óók in de Koran voorkomen, zo zou hij later op Song for Empathy zingen. Het nichtje van Madhat, Soundos (10) = groen land), keek me met grote ogen aan: zou ik de liederen uit haar land die ze zo goed kende wel mooi vinden? Een land waar haar vader, de broer van Madhat, nog steeds omsingeld was door IS en andere troepen.

 

Ik leerde tijdens mijn zelfstudie dat empathie het je verplaatsen in de ander is ‘als ware je die ander’ (dat gaat verder dan het christelijke ‘wat gij niet wil dat u geschiedt…’) Van de Syriërs leerde ik dat het erg moeilijk is om je ‘met je hele wezen’ in een ander te verplaatsen. Madhat liet mij via zijn telefoon de dode rug van zijn andere broer zien: rood en zwart van de stok - en zweepslagen. Het beeld stond een paar dagen op mijn netvlies, maar verdween langzaam naar de achtergrond, achter een sluier van ontkenning als ik weer optrad met mijn band op de SkyLounge boven de stad met z’n cocktails en toeristen, met z’n vergezichten. Madhat vertelde over zíjn stad, van het huis van zijn vader die voor zijn ogen werd doodgeschoten, en dat zijn ouders op een bovenverdieping woonden en dat alle broers er met hun vrouwen wekelijks aan tafel zaten en thee dronken. Zijn moeder ververste elke dag de bloemen in het trappenhuis. Niets is er van over.

Ik leerde dat empathie eerder weten is dan voelen. Niet andersom. Het voelen komt later. Wij zijn hier  in het Westen gewoon geworden eerst te voelen. Ik wéét namelijk door mijn gesprekken met Madhat dat soennieten en sjiieten, christenen en joden jaren met elkaar leefden in Syrië; hun religie was geen enkel obstakel om vriendschappen te onderhouden. Ik wéét nu dat je moest oppassen voor Assad, de president, maar niet voor je buren. Ik wéét dat men elkaar hielp, zoals de beste vriend van de vader van Madhat, een christen, die als een oom voor hem was bij wie hij altijd te rade kon gaan. Ik vóelde daarna, wanneer ik Madhat verstild voor zich uit zag kijken en hij mij vertelde dat hij twaalf kilo was afgevallen. ‘Van het niets-doen, door het wachten, van de stress.’ ‘Niets is genoeg’, prijkte op een wandtegel bij mijn ‘rookpsychoog’ in een sjieke wachtkamer in Oud Zuid. De omgekeerde wereld.

 

Tell me about you God

And what you’ll never understand

I’ll tell you about our freedom and the lies of growth that never end

 

The lies of growth that never end. Empathie is wederkerig en dus ook door de bril van de ander naar jezelf en je eigen cultuur kijken. Het laatste zou ik ‘macro empathie’ (macro weten) willen noemen. Wat weten wij van het Midden-Oosten en hun dictators die wij de mensen daar vanuit het Westen in de maag splitsten? De grenzen die wij na de koloniale tijd lukraak trokken, beseffen wij dat de ellende daar allemaal begonnen is na onze ‘bevrijding’ van Irak? Weten we dat wij dat wij de oude elite recht in de armen van IS dreven? Het klinkt hard, maar ik kan het niet anders zeggen: het is een moreel gebrek van de mens om zich over afstand en tijd in te leven. Het empathisch brein heeft zich niet genoeg ontwikkeld en loopt achter op onze cultuur van groei en consumptie. We reageren met onze emoties vaak primair als in de oertijd; op onze hoede als voor een hijgende dinosaurus in onze nek. Het is een paradox: we weten steeds meer, maar het grote publiek raakt steeds meer verstrikt in een oerwoud van meningen en onderbuikgevoelens. Angst. Angst om je sociale huurwoning mis te lopen, angst voor criminelen, angst voor het onbekende. En ja, dat is menselijk, onder vluchtelingen zitten ook criminelen. En dat gegeven vereist grote zorgvuldigheid, zowel van de betrokken instanties, als van burgers. Tegelijk beseffen we te weinig dat we allemaal in de zelfde schuit zitten, dat we in een ‘kleiner’ wordende wereld steeds meer van elkaar afhankelijk zijn. En het juist daarom ook in óns belang is om problemen met elkaar op te lossen. Het goede nieuws is - en er heerst grote consensus over in de wereld van recente hersenwetenschap: wij zíjn uitgerust met een sociaal en empathisch brein!

 

The Times they are Changing, zong Bob Dylan midden jaren zestig. Dat iconisch lied is nu vele malen urgenter dan destijds. Maar één stem des volks die ons voorgaat - zoals die van Dylan destijds - ontbreekt: er zijn miljarden stemmen die zich via de social media doen gelden. Die stemmen zullen zich door ‘weten én voelen’ bewust moeten worden. Noem het idealistisch: onze samenwerking op Song for Empathy is een kleine stap maar bewijst dat het kan. Het zou niet de eerste keer zijn dat muziek culturen verbindt. Sterker: muziek bestaat bij de gratie ervan. Wasim, die de gelouterde producer Wolfgang Maiwald een traan deed wegpinken tijdens de opnames van Song for Empathy, heeft zich inmiddels ingeschreven voor The Voice of Holland. Madhat, die vertelde dat er naast elke moskee in Damascus een kerk werd gebouwd, en zelfs synagoges, zingt: ‘Het is rood bloed dat door ons aller aderen stroomt.’

 

Hieronder de Engelse tekst. Song for Empathy verschijnt eind deze maand op muziek inclusief de Arabische teksten van Madhat. Ik hoop dat jullie die zoveel mogelijk willen delen om de boodschap van het lied te verspreiden. (foto’s: Wassila Aarab).

 

Song for Empathy

I saw you on tv this morning

I was rather scared

And what you put on facebook

Can never be repaired

 

You saw me on your screen

With my glass of wine

Preaching freedom, endless growth

You said: that world is far from mine

 

Is it my beard that scares you

Is it my dark eyes

Don’t you like my brand new robe

I think it’s really nice

I think it’s really nice

 

They say you scare my children

That you’re a dangerous man

That you despise my culture

You said: Is that the way I am?

 

Meet my family and my friends

A man is never what he seems

We could have a conversation

And try to break our schemes

 

Does my music scare you

Is it the food or spice

Don’t you like the way I sound?

I think it’s really nice

I think it’s really nice

 

Tell me about your God

And what you’ll never understand

I ‘ll tell you about our freedom

And the lies of growth that never end

 

Is it my smile that scares you

Is it my blue eyes

Don’t you like my brand new shirt

I think it’s really nice

I think it’s really nice

 

We could sit at break of dawn

By the river or the sea

We could find a common ground

Where beauty holds its plea

 

Empathy is what we need

And deeply understand

Both our motives and our fears

Both our footprints in the sand

Is it my tan that scares you

Is it my sad eyes

Don’t you like my brand new boots

I think they’re really nice

It ‘s your mind I’m wondering of

Your heart, your ol’ blue eyes

I may even like your precious watch

I think it’s really nice

I think it’s really nice

 

Reach me forth your hand

Meet me in the open field

Of this promised land

facebook blog foto